kolff: biographies: 1939-1950: johannes marius (1)

kolff family coat of arms

1939-1950: Johannes Marius (1/6)

Welcome: News Association Members De Colve Genealogy History Biographies Contact Links Search Dutch
    Intro Biographies New Zealand Algeria 1921 1939-1950 Deil Branch      
      Start 1939-1950 Editor's Intro In Memoriam Overview Reports    
BERICHT van den Res. Luitenant Kolonel J.M. KOLFF, Commandant van het 46e Regiment Infanterie - | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 |
Next (2) >

Reeds in juni 1939 was ik onder de wapenen geroepen tot deelname aan een zesdaagsche kaderoefening in Gelderland onder leiding van den Generaal-majoor der Artillerie Jhr. J. T. Alting van Geusau, C. I L.K.
Daarna werd mij medio juli voor een tijdvak van zes weken het bevel opgedragen over 22 R.l. te Ede, welks commandant tijdelijk elders was gedetacheerd. Nog vóórdat deze 6 weken verstreken waren, werd op 24 Augustus 1939 de Voorloopige Waarschuwing voor een Algemeene Mobilisatie het Waarschuwingstelegram A. ontvangen. Kort daarop ging telegram B. uit. Na ontvangst van dit telegram begaf ik mij naar Bennekom. Aldaar zou 46 R.l. door mij worden gemobiliseerd, het regiment, waarmede ik in de komende maanden zooveel lief en leed zou deelen.

De mobilisatie te Bennekom verliep voorspoedig en toen ik op 31 Augustus 1939 ten 4.00 het Concentratietelegram luidende: "Concentratie Blauw O.L.Z." had ontvangen, gaf ik onmiddellijk de vereischte bevelen uit. De kwartiermakers vertrokken nog dien zelfden dag. Het regiment marcheerde den volgenden morgen ingevolge de mij verstrekte orders naar het nieuwe legeringsgebied Kesteren Opheusden en lngen in de Betuwe.
Mijn regiment bleek te behooren tot de Brigade A., aan welke grootere eenheid was opgedragen de Betuwestelling te bezetten en hardnekkig te verdedigen. Deze Betuwestelling strekte zich uit van Ochten aan de Waal tot en met "de Spees aan den Rijn. "De Spees" is een oude boerderij tegenover de Grebbe gelegen.

De Brigade C. verdeelde zijn Brigadevak in twee ongeveer even breede regimentsvakken en gelastte o.m. dat elk der belde vóór regimenten één bataljon aan de Brigadereserve moesten afstaan. Mijn regiment werd linker vóórregiment en naar rechts was ik aangeleund aan 44 R.I., terwijl links van mij aan de overzijde van den Rijn op en om den Grebbeberg 8 R.l. (behoorende tot de IV Div. 41 L.K.) gelegerd was. De Rijn behoorde tot 8 R.1.
De beide bataljons van de Brigadereserve van Brig. A. waren resp. te Echteld en te Ingen ondergebracht.
Tot de Brig. A. behoorde o.m. 22 R.A., bij de Mobilisatie opgericht en van zwakke samenstelling. Het regiment telde aanvankelijk twee Afdeelingen van 7 veld, elke Afd. slechts twee batterijen sterk. In Maart 1940 kwamen ook de ontbrekende 3e batterijen ter beschikking. Echter de IIIe Afdeeling, die belast had dienen te worden met "Algemeene opdrachten" is nimmer gevormd. Tot deze Algemeene opdrachten behoorde o.m. het bestrijden van de vijandelijke artillerie. Deze taak werd nu in de oorlogsdagen opgedragen aan een Afd. zeer verouderd geschut, afkomstig uit de Vg. Holland.
Luchtdoelgeschut was in het vak van Brig. A. niet aanwezig. Wèl was een batterij opgesteld in het linker nevenvak, westelijk van den Grebbeberg, die in de oorlogsdagen prachtig werk heeft verricht.
Na een eerste bespreking met den Brig.C. kregen de R.Cn. het bevel tot het verkennen van de Stelling. Er bleek niets voorbereid. Materialen en gereedschappen waren zooals in 1914 in Noord Brabant wèl het geval was niet opgeslagen, noch in de buurt voorradig. Omtrent de inundatie was niets bekend; de gegevens waren sedert jaren niet meer bijgehouden.
This page: Up - Down
Dwars door de Betuwe loopt in een rechte lijn van Ochten in N.O. richting naar "De Spees" de zoogenaamde Liniedijk, ter lengte van ca. 4 K.M. De breede dijk aan de oostelijke zijde beschermd door een ca. 15 Meter breede gracht behoorde ten tijde van Prins Maurits tot een belangrijk stelsel van verdedigingswerken in deze streken. En aangezien het Bureau Stellingbouw reeds eenige moderne kazematten en gietstalen koepels in deze dijk had ontworpen, resp. in aanbouw had, scheen het welhaast geen vraag meer of deze lange en rechte dijk, dwars door het polderland, zou de toekomstige frontlijn moeten worden! Een frontlijn, welke ik in een modernen oorlog uit den booze achtte. Maar een Besluit moest worden genomen. Mijn regiment moest aan het werk, de voorloopige Verdedigingsbevelen moesten worden uitgegeven. Een aanval uit het oosten kon immers elken dag losbarsten. En in November 1939 is het dan ook bijna zoo ver geweest. Dus werd de Linie frontlijn.
Ik deelde mijn regimentsvak in in twee bataljonsvakken, rechts: een breeder vak (Vak Spoorbaan) achter de te verwachten inundatie; links: een smaller vak (Vak "De Spees") ca. 1000 M. breed en evenwijdig loopend met den Rijn en den Zuidrand van den Grebbeberg. Behalve dus de frontlijn werden nog meerdere lijnen in het terrein met de ondercommandanten vastgesteld als de stoplijn, een grendellijn, een lijn voor de tusschenverdediging en de voorposten weerstandslijn. Een uiteenzetting van de beteekenis van al deze lijnen zou mij te ver en tot technische details voeren, dus laat ik het hierbij. Al deze gegevens werden in mijn Verdedigingsbevel vastgelegd, een bevel dat uitgroeit tot een lijvig geheel. Het bevat de gegevens omtrent de sterkte van de bezettingen in de twee Vakken van de Hoofdweerstandsstrook, dus ook van de toe te voegen zware mitrailleurs, mortieren, 6 veld- en pantserafweerkanonnen; de sterkte en opstelling van de regimentsreserve; de sterkte en de wijze van bezetting van de voorpostenstrook.
Voorts bevat dit bevel aanwijzingen omtrent vechtwagen bestrijding, wederzijdsche vuursteun der Infanteriewapenen, ook met de nevenregimenten, waaruit dan weer de vuurplannen kunnen worden opgebouwd. Ten slotte vindt men in dit bevel aanwijzingen voor de telefonische en optische verbindingen, de geneeskundige verzorging, munitieaanvulling enz, Een voornaam punt is ook het uitleven van de bevelen voor de versterking van het terrein, graafwerk, bouw van mitrailleurnesten, schuilplaatsen, commandoposten, hindernissen, schijnstellingen, camouflage.

Gedurende de mobilisatie 1914/18 heb ik persoonlijk gedurende 4 1/2 jaar uitstekend een les gehad in de praktijk van de versterkingskunst, zoowel in West Noord Brabant, als later op Walcheren en op Zuid Beveland. Deze ervaring kwam mij nu uitstekend te pas bij' het opleiden van mijne officieren en onderofficieren tot leiders en uitvoerders van pionierwerkzaamheden. Pionieren wordt in ons Leger in vredestijd onvoldoende beoefend. Bij een inspectie door den toenmaligen O.L.Z., den Generaal L. H. Reynders en kort daarop door den C.V., den Luitenant-generaal J. J. G. Baron van Voorst tot Voorst, gelukte het mij toezeggingen te ontvangen voor het aanschaffen van meer gereedschap als schoppen, kruiwagens en kruiplanken, van meer hout, van meer schepen met zand en van tewerkstelling van meer burgerarbeiders. Spoedig verrezen nu meer aarden gevechtsopstellingen, zoowel in de breedte als in de diepte, zoowel in de Hoofdweerstandsstrook als in de Voorpostenstrook. Maar nog was ik niet tevreden. Persoonlijk gevoelde ik meer voor betonbouw. En herhaaldelijk had ik hierover al met mijne chefs gesproken.

 

(Top of Page)
  Next (2) >
See also: Overste J.M. Kolffstraat at Kesteren