kolff: biographies: 1939-1950: johannes marius (5)

kolff family coat of arms

1939-1950: Johannes Marius (5/6)

Welcome: News Association Members De Colve Genealogy History Biographies Contact Links Search Dutch
    Intro Biographies New Zealand Algeria 1921 1939-1950 Deil Branch      
      Start 1939-1950 Editor's Intro In Memoriam Overview Reports    
BERICHT van den Res. Luitenant Kolonel J.M. KOLFF, Commandant van het 46e Regiment Infanterie - | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 |
< Previous (4) Next (6) >
Dinsdag 14 Mei 1940.  
Ik verlangde zelf wel heel erg naar wat rust na deze vier lange dagen en nachten vol zorgen en beslommering. Maar als Commandant van het Kantonnement Vianen wilde ik toch eerst nog persoonlijk mijne maatregelen treffen. Want behalve mijn eigen regiment met de toegevoegde wapenen en ook het thans teruggekeerde Ie bataljon moest in het kleine voormalige vestingstadje Vlanen legeringsruimte toegewezen worden aan 8 G.B. (8e Grens bataljon), 6 I R.H. (6e Escadron, Ie Regiment Huzaren), 6 Comp. Lu mitr. (6e Compagnie Luchtdoelmitrailleurs), 9 C.P. (9e Compagnie Pioniers), en een Det. A.A.tr. Brig. A. (Detachement Aan en Afvoertroepen Brig. A.).
Aan de Bataljons commandanten en aan de Commandanten van de op zich zelf staande binnen marcheerende troepen werden de rayons aangewezen, welke voor de legering van hun onderdeel bestemd waren. Tevens werd gelast, dat niemand zich op straat mocht bevinden. Voorts dienden alle voertuigen onderdeelsgewijze in de zijstraten te worden opgesteld. Zoodoende bleef de zeer breede Voorstraat, die het stadje van Noord naar Zuid doorkruist, vrij voor doorgaand verkeer. In deze Voorstraat was mijn Cp. gevestigd en tevens bevond zich in het Gebouw van het Kantongerecht, ook in de Voorstraat, de Politiewacht onder bevel van een officier, die voor het handhaven van rust en orde in het Kantonnement diende zorg te dragen.
Het werd al spoedig stil in het stadje. Men sliep of rustte binnenshuis. Tegen 11.00 was het met de rust gedaan. Duitsche vliegtuigen schoten onafgebroken met mitrailleurs in de straten of lieten lichte bommen vallen, waardoor toch nog in den loop van den dag eenige gewonden zijn gevallen.
Om 16.30 ontving ik het bevel om mij om 17.00 bij C. Brig. A op diens Cp. te vervoegen. De Kolonel van Voorthuijsen deelde aan de Regiments commandanten van zijne Brigade mede, dat wij thans waren ingedeeld bij 111 L K. (Commandant de Generaal Majoor van Nijnatten). De Kolonel achtte de toestand ernstig en met het oog op het luchtgevaar werd het niet wenschelijk geacht de troepen gedurende den nacht in de kwartieren te laten verblijven. De brigade zou in verzamelvorm den nacht doorbrengen in de open lucht, buiten de bebouwde kommen van het legeringsgebied.
Aan mij werd opgedragen 46 R.I. in colonne met groote afstanden op te stellen in de boomgaarden oost van den weg langs het Merwedekanaal, front zuid, met het hoofd bij de Biezenmolensche Brug.
  This page: Down

Ik keerde terug naar mijn Cp. te Vianen, waar ik intusschen de Bataljons commandanten had doen bijeen komen. juist nadat ik mijne bevelen aan mijn ondercommandanten had uitgegeven en gelast, dat de bevolen verzamelvorm onmiddellijk moest worden ingenomen, kwamen er geruchten door, dat Rotterdam brandde en dat de Nederlandsche troepen de wapenen zouden hebben neergelegd. Kort hierop ontving ik van C. Brig. A. het bevel:
"Verzamelvorm niet innemen, troepen blijven legeren in hun rayons."

En weer niet veel later kwam de droeve mededeeling van den Brigade Commandant, den Kolonel van Voorthuijsen, dat Nederland heeft moeten capituleeren. Zie in dit verband ook het Bericht van den Reserve kapitein der Artillerie Mr. J. M. Pilaar met betrekking tot het overbrengen van deze mededeeling namens C. III L. K. aan C. Brig. A.

(Woensdag 15 mei 1940)
Den volgenden morgen hoorde geheel 46 R.I., officieren, onderofficieren en manschappen met ontroering de Proclamaties aan van Commandant Veldleger, van Commandant Brigade A. en van mijzelf, waarbij het vertrek van H.M. de Koningin werd medegedeeld en de afgedwongen capitulatie onder bedreiging met verwoesting van al onze groote steden, naar voorbeeld van Rotterdam.
Wij waren dus krijgsgevangen en moesten wapens, munitie en alle voertuigen inleveren. Erg gebrand waren de Duitschers op onze paarden, op de pantserafweerkanonnen en ook op de keukenwagens. Een belangrijk deel van de wapens en de munitie was tevoren reeds in de Lek en in mestputten verdwenen. Maar er bleef toch nog veel over, dat met schepen naar Gorcum moest worden afgevoerd. Een Escadron van een Duitsche Verkennings afdeeling was met onze bewaking in Vlanen belast. Wij hebben in het geheel geen hinder van deze Duitschers ondervonden en konden ons vrij in het kantonnement Vlanen bewegen. Na verloop van een tiental dagen werd ditmaal in twee dagmarschen naar ons oorspronkelijk rayon Ingen Kesteren Opheusden teruggemarcheerd. Onderweg was het regiment ingekwartierd in Zoelmond en Ravenswaay.
This page: Up - Down
Geleidelijk aan werd 46 R.I. gedémobiliseerd. Enkele officieren gingen over naar den Opbouwdienst, de meesten gingen gelukkig naar huis en zelf trok ik 30 Juni 1940 voorgoed mijn uniform uit.
Of het voor goed zou zijn?

Ik heb al die jaren het tegendeel gehoopt, al die lange jaren van de bezetting, waarbij ik een korten tijd in het Oranje Hotel heb doorgebracht, in één cel met twee dappere jonge kerels, Ir. van Hattem uit Den Haag en Spanjer uit Amsterdam, die beiden wel wisten, dat hun dagen geteld waren en die zich zoo geweldig kranig hebben gedragen.

Nadat ik uit het Oranje Hotel was ontslagen, mijn huis te Wassenaar en later ook dat te Epe (G.) door de Duitschers was gevorderd, heb ik met mijn gezin aan boord van een intusschen aangekocht woonschip nog eenige jaren door het land gezworven. Ten tijde van de bevrijding 5 Mei 1945 lagen wij in een achterafsloot te Sassenheim.

Toen bleek, dat het Legerbestuur geen prijs meer stelde op de medewerking van de oudere officieren, was ik wel pijnlijk getroffen. Om na een dienstverband van bijna 45 jaren, zoo zonder meer aan den dijk te worden gezet, het griefde mij wel heel erg. Totdat geheel onverwacht, met de eerste post van 10 Mei 1947 het navolgend schrijven van Z.E. den Minister van Oorlog mij bereikte:

MINISTERIE VAN OORLOG
Geheim La. W. 83
Onderwerp: titulaire Rangsverhoging

's Gravenhage, 9 Mei 1947

Het is mij een eer en een genoegen U mede te delen, dat het Hare Majesteit de Koningin heeft behaagd U bij Hoogstderzelver Besluit van 1 Mei 1947, Nr. 18 met in,gang van 10 Mei 1947, de titulaire rang toe te kennen van Reserve Kolonel.
Met deze bevordering moge ik U mijn hartelijke gelukwensen aanbieden.

DE MINISTER VAN OORLOG
w.g. A. H. J. L. Fiévez

Onder de vele gelukwenschen, die ik ter gelegenheid van deze bevordering mocht ontvangen, wil ik hier noemen die van mijn vroegeren chef, den Commandant van het Veldleger, den Luitenant Generaal b.d. J.J.G. baron van Voorst tot Voorst, een chef, die mij een groote vrijheid heeft gelaten om naar eigen inzichten mijn vak te versterken en ter verdediging in te richten.
(Top of Page)
< Previous (4) Next (6) >