kolff: historie: geografisch: 4: 1

familiewapen kolff

Wat je hand vindt om te doen - Over de Jongste Tak in Middelharnis (deel 1: 1/4)

Welkom: Nieuws Vereniging Leden De Colve Genealogie Historie Biografieën Contact Links Zoek English
  Over Historie Personen Geografisch Uit De Colve Onderzoek Familiewapen        
< Geografie Vorige   Geografie Volgende >
Laantje Middelharnis Meer dan in enige andere plaats in ons land zijn in Middelharnis herinneringen aan de familie Kolff bewaard gebleven. Meer dan twee eeuwen lang hebben er dan ook leden van onze familie gewoond, in sommige periodes zelfs meerdere gezinnen tegelijk. Ze hebben er gewerkt, van alles aangepakt, kortom gedaan wat hun hand vond om te doen. Dit artikel is bedoeld om een indruk te geven van de verscheidenheid van die werkzaamheden en van dat ondernemerschap en daarmee tevens van de verbazende inventiviteit en flexibiliteit van de 'elite' in de kleine provincieplaats die Middelharnis was.

De aktiviteiten van de familie op het eiland Overflakkee beginnen in 1710, als Cornelis Kolff (C Xc) (1685-1759), Den Haag vaarwel zegt en zich als notaris te Middelharnis vestigt. Hij zou ook de ambten van secretaris en ontvanger, tevens rentmeester, van de ambachtsheerlijkheid Middelharnis bekleden. Maar het bleef niet bij het regenteske. Hij spreidde zijn risico en investeerde bij voorbeeld ook in een schip. Na de dood van zijn vrouw in 1738 echter verliet hij het eiland en verhuisde naar zijn geboortestad Maassluis.

Zijn zoon Gualtherus (XIc) (1711-1789) nam het notariaat over en trad ook als secretaris en rentmeester in zijn vaders voetsporen. In de jaren '20 en '30 had hij zich in al die ambten al warm kunnen lopen in de nabije heerlijkheid Dirksland. Functies in allerlei polderbesturen vielen hem toe en ongetwijfeld verwierf hij hier en daar wat onroerend goed. Ook hij, met andere woorden, zette niet alles op één kaart. Hij nam deel in de rederij van schepen en in 1749 komen wij hem tegen als pachter van de visaflag van Middelharnis. Voor zulk ondernemerschap was enig kapitaal vereist. Zijn financieel risico als pachter bestond erin, dat hij verplicht was de vissers direct de opbrengst van de verkochte vis uit te betalen en dan maar moest zien zijn geld plus onkosten terug te ontvangen van de opkopers. De omzet moet niet gering zijn geweest; alle vis die het Goereese Gat binnenkwam, moest worden aangebracht òf op de afslag van Middelharnis òf op die van Hellevoetsluis.
 Afbeelding: 'Laantje van Middelharnis', Meindert Hobbema
  Zie ook 15 burgemeesters